Wie zich verdiept in de vraag of de mens van nature een planteneter is, komt vroeg of laat een argument tegen dat overtuigend klinkt: wij hebben een blindedarm, en dat orgaan hoort bij herbivoren. Bij planteneters is het een fermentatievat voor taaie plantvezels; bij vleeseters stelt het weinig voor. Dat wij er een hebben, zou verraden waar ons lichaam eigenlijk voor gebouwd is.
Het is een mooi argument. Het is alleen niet houdbaar in de vorm waarin het meestal wordt verteld. Op deze site draait alles om wat het bewijs werkelijk zegt, ook wanneer dat ongelegen komt — dus laten we het uit elkaar halen.
Waar het argument vandaan komt
De redenering gaat terug op Charles Darwin. Hij viel op dat de menselijke appendix — het wormvormige aanhangsel aan het caecum, rechtsonder in de buik — geen duidelijke functie leek te hebben. Zijn verklaring: onze verre voorouders leefden van bladeren en hadden daarvoor een groot caecum nodig, waarin bacteriën die vezels konden afbreken. Toen die voorouders overstapten op makkelijker verteerbaar voedsel, met name fruit, verloor dat orgaan zijn nut en kromp het tot wat wij nu overhouden.
Let op dat detail: in Darwins eigen redenering is de krimp van het caecum juist een gevolg van een overgang naar fruit. Wie het frugivore-argument aanhangt, vindt hier dus historisch gezien een aanknopingspunt.
De vergelijkende anatomie ondersteunt het eerste deel van het verhaal. Bij veel herbivoren is het caecum enorm ontwikkeld en bij sommige soorten zelfs het belangrijkste verteringsorgaan. Bij typische carnivoren is het klein tot rudimentair. Zo bezien lijkt de conclusie voor de hand te liggen.
Wat het bewijs werkelijk zegt
In 2009 publiceerden Smith en collega’s in het Journal of Evolutionary Biology een vergelijkende studie naar het caecum en de appendix bij honderden zoogdiersoorten. Hun bevindingen ondermijnen de sterke versie van het argument op drie punten.
- Geen verband met dieet. De onderzoekers vonden geen correlatie tussen dieetcategorie en de aanwezigheid van een appendix, de grootte ervan, of de vorm van het caecum. Een appendix voorspelt niet wat een dier eet.
- Meermaals onafhankelijk ontstaan. De appendix is in de evolutie meerdere keren los van elkaar verschenen — bij primaten, bij knaagdieren en hazagtigen, en bij buideldieren — en soms ook weer verdwenen. Dat past niet bij één gedeelde herbivore oorsprong.
- Een andere functie. De huidige leidende hypothese is dat de appendix dient als toevluchtsoord voor nuttige darmbacteriën: een reservoir waaruit de darmflora zich kan herstellen na een infectie. Dat is een immunologische functie, geen verteringsfunctie.
De bewering dat dit orgaan “alleen bij herbivoren voorkomt” is daarmee onjuist. Een vermiforme appendix komt voor bij alle mensapen en bij diverse apensoorten, maar ook bij dieren die je niet als planteneter zou omschrijven. Het is geen keurmerk voor plantaardige voeding.
Wat er wél overeind blijft
Het zou te makkelijk zijn om nu alles weg te wuiven. Een paar dingen blijven staan:
- De mens deelt een cecoappendiculair complex met bladeretende primaten — de anatomische verwantschap is er, alleen zegt die weinig over dieet.
- Onze dikke darm kan korteketenvetzuren opnemen uit bacteriële fermentatie van vezels, wat een reële bijdrage aan de energievoorziening levert. Fermentatie speelt bij de mens dus wel degelijk een rol.
- Een appendix die vooral darmflora huisvest, onderstreept hoe centraal die darmflora is — en die floreert bij vezelrijke, plantaardige voeding. Dat is een sterker en beter onderbouwd argument dan het oorspronkelijke.
Conclusie
De blindedarm is geen bewijs dat de mens een herbivoor is. Wie dat argument gebruikt, loopt het risico onderuit te worden gehaald door iemand die de literatuur wél heeft gelezen — en verliest daarmee meer geloofwaardigheid dan het argument ooit had kunnen opleveren.
Er zijn genoeg argumenten voor een plantaardig dieet die wél op stevig bewijs rusten: gezondheidsuitkomsten, milieu-impact en bovenal de ethische vraag of we dieren leed mogen aandoen voor voedsel dat we niet nodig hebben. Die argumenten hebben een zwakke anatomische bijrol niet nodig.
Het loslaten van een argument dat niet klopt, is geen verlies. Het is precies wat je positie geloofwaardig maakt.