Vraag iemand waarom een mens meer morele bescherming verdient dan een varken, en er komt vrijwel altijd een eigenschap uit. Wij kunnen redeneren. Wij hebben taal. Wij zijn ons bewust van onszelf. Wij kunnen morele keuzes maken.
Het argument van de marginale gevallen laat zien dat elk van die antwoorden een prijs heeft die vrijwel niemand bereid is te betalen.
De redenering
Noem een eigenschap die volgens jou de morele kloof rechtvaardigt. Er zijn dan twee mogelijkheden, en beide zijn ongemakkelijk.
Of de lat ligt hoog. Kies je abstract redeneren, taal of moreel besef, dan vallen ook mensen buiten de boot: een pasgeborene, iemand met een ernstige verstandelijke beperking, iemand in een vergevorderd stadium van dementie. Wie de eigenschap consequent toepast, moet accepteren dat met die mensen hetzelfde mag als met een varken. Vrijwel niemand accepteert dat.
Of de lat ligt laag. Kies je pijn voelen, belangen hebben, of gehecht zijn aan je eigen leven, dan vallen veel dieren er juist binnen. Een varken haalt die lat moeiteloos.
Er lijkt geen eigenschap te bestaan die precies langs de soortgrens loopt: aanwezig bij álle mensen en afwezig bij álle dieren. De conclusie is dan dat de scheidslijn niet op een eigenschap rust, maar op soortlidmaatschap zelf — en dat is precies wat verdedigd zou moeten worden.
De puppy in de kelder
Alastair Norcross gaf hier in 2004 een scherpe wending aan met een gedachte-experiment. Stel je Fred voor, die door een ongeval het vermogen verloor om chocolade te proeven. Hij ontdekt dat een bepaald hormoon dat vermogen herstelt, en dat het alleen vrijkomt bij puppy’s die maandenlang worden gemarteld. Fred houdt daarom puppy’s in zijn kelder.
Iedereen veroordeelt Fred. Norcross’ vraag is wat hem onderscheidt van iemand die vlees uit de bio-industrie koopt. In beide gevallen ondergaat een dier ernstig lijden. In beide gevallen is de opbrengst een smaakervaring. In beide gevallen bestaan er alternatieven.
Het verschil dat mensen doorgaans noemen — Fred martelt zelf, de consument koopt slechts — verplaatst de vraag naar medeplichtigheid, maar neemt hem niet weg.
Wat critici hiertegen inbrengen
Het argument is invloedrijk maar niet onweerlegd. De drie serieuze tegenwerpingen:
Soortnorm. Sommige filosofen stellen dat het gaat om wat kenmerkend is voor een soort, niet om wat een individu op enig moment kan. Een pasgeborene is een wezen van een soort met rationele vermogens; dat verleent bescherming, ook voordat die vermogens tot ontwikkeling komen. Tegenwerping daarop: waarom zou het lidmaatschap van een categorie iets zeggen over de behandeling van een individu dat de kenmerken mist?
Relaties. Onze verplichtingen jegens kwetsbare mensen komen voort uit relaties, gemeenschap en zorg, niet uit een eigenschappenlijst. Tegenwerping: relaties zijn moreel relevant, maar historisch is uitsluiting op grond van “niet een van ons” telkens onhoudbaar gebleken.
Praktische gevolgen. Sommigen vinden een moraal die pasgeborenen en varkens in één adem noemt intuïtief onaanvaardbaar. Tegenwerping: dat is geen weerlegging maar een weigering van de conclusie — al mag de kracht van morele intuïties zelf ook weer ter discussie staan.
Waar dit uitkomt
Het argument dwingt niet tot één conclusie, maar het maakt één positie wel erg lastig: de gedachte dat de morele kloof tussen mens en dier vanzelf spreekt. Wie hem wil handhaven, moet uitleggen welke eigenschap hem draagt, en dan verklaren waarom mensen die die eigenschap missen toch bescherming behouden.
Dat is geen onmogelijke opgave. Maar het is een opgave, en zij wordt zelden aangegaan.
Bronnen bij dit artikel
- Alastair Norcross (2004). Puppies, Pigs, and People: Eating Meat and Marginal Cases Philosophical Perspectives 18:229-245. Peer-reviewed studie [origineel]
- Cora Diamond (1978). Eating Meat and Eating People Philosophy 53(206):465-479. Peer-reviewed studie [origineel]
- Lori Gruen. The Moral Status of Animals (Stanford Encyclopedia of Philosophy) Review-artikel [origineel]
Deze bronnen zijn gekoppeld via de claims die in dit artikel worden behandeld. Doorzoek de volledige bibliotheek.